Even voorstellen

Mijn naam is Loes Willemse.

Zolang als ik me kan herinneren spelen honden een zeer belangrijke rol in mijn leven.
Eerst de bastaardjes van mijn ouders, later wist ik al snel dat ik een retriever wilde.
Ik ben nu sinds twintig jaar actief in de golden wereld.
Mijn eerste Golden was er één uit de’ Irmensul’ kennel.
Irmensul Royal Lady.
Daarvoor had ik een Flatcoated Retriever.
Dat was te pittig voor mij.
Lady vervulde al mijn dromen.
Lief, mooi en nog makkelijk af te richten ook.
Ik heb uiteindelijk twee KNJV A-diploma’s met haar gehaald.
En uiteindelijk haalde ze een U, in de openklasse, op show.
Een echte dual purpose hond.
Irmensul Royal Lady.
Ik heb enorm veel van haar geleerd.
Ik heb me in de jaren die volgden verder verdiept in het wezen hond.
In 1995 haalde ik het diploma AKK en in 1998 slaagde ik voor mijn jachtexamen.
Omdat de honger naar kennis nog niet was gestilt besloot ik onlangs om een opleiding voor kynologisch gedragtherapeut te gaan volgen.
Dat heeft mij veel kennis gebracht in het gedrag van de hond en de vele leerprocessen.
Maar omdat ik ook mijn eerste schreden in de jachtpraktijk had gezet kwam ik er achter dat ik wat gedrevenheid in Lady d’r werkstijl miste.
Ik besloot een nest met haar te fokken in combinatie met Gino van de Uilenburg.
Een mooie donkere, stabiele golden.
In het bezit van meerdere KNJV A diploma’s en veldwerkkwalificaties.
Hieruit hield ik Gina.
Officieel: Artemis of Wookey Hole.
Eén van haar broers ( Sir Alric of Wookey Hole) dekte twee teven.
Eén daarvan was Gentle Cartouche van ’t Olde Klooster.
Er werden vier pups geboren.
Twee reuen en twee teven.

De teven waren Amy en Quira Amy kwam bij ons wonen en Quira bij de famlie Jeursen in Epe.
De fokplannen met Amy zijn een beetje in het water gevallen in verband met problemen met de baarmoeder.
Maar in februari 2007 lukte het om acht gezonde pups op de wereld te zetten.
Vijf teven en drie reuen.
Het “M “ nest ‘ van Renje ’. Nieuw talent…..

Wat wil ik bereiken.
Ik kijk op wedstrijden maar ook tijdens jachtdagen kritisch naar het werk van de verschillende honden.
Niet alleen goldens maar ook naar andere rassen.
Wat mij daarbij opvalt is dat het kennelijk nog niet zo makkelijk is om een goede gebruikshond te fokken.
Sommige praktijkhonden maar ook wedstrijdhonden hebben te weinig passie en missen een stuk natuurlijke aanleg die nodig is.
Maar even zo veel, en deze honden kom ik veel tegen op wedstrijden hebben te veel passie.
Mogelijk gevolg van te veel passie; hardheid in de bek, piepen of jammeren tijdens het wachten, niet meer controleerbaar zijn op het moment dat zich tijdens de jachtpraktijk, wild presenteert enz. enz.
Te weinig gericht op de voorjager en overreageren op prikkels.
Dus: we willen graag een golden met voldoende passie om zijn werk goed te doen en dan eventueel ook meerdere dagen achter elkaar.
Maar met te veel passie slaat hij door, een kant op die we niet moeten willen.
Het is dus zaak om als fokker van een goede gebruikshond, er op te letten dat je uit die rode zone blijft.
Da’s nog niet zo eenvoudig.
Maar een volgende bijkomende factor binnen de fokkerij vind ik ook belangrijk om na te streven.
Sommige fokkers vinden het onbelangrijk hoe een golden er uit ziet, als ie maar apporteert….
En daar ben ik het beslist niet mee eens.
Als het dan toch niks uitmaakt hoe het er uit ziet, zet dan een goed werkende gezonde labrador op een goed werkende gezonde golden.
Nee.
Als je dan een goed werkende golden wilt fokken, probeer dan ook een golden te fokken die goed werkt.